Vorige week hebben wij en petit comite op ons ROC op Stappegoor het Suikerfeest gevierd, uiterst onofficieel en de directie wist er niks van en het was gewoon in het praktijklokaal elektrotechniek, met een hele klas BOL2-leerlingen. In die klas zitten namelijk vier Marokkaanse jongens en het is een leuke klas – ik kan er tenminste goed mee overweg. Dus die vier moslims hadden een tijd zitten smiespelen en kwamen toen langs om mij uit te nodigen in de praktijkles: Meneer, kunt u woensdag om 12.00 uur in lokaal 060 komen?
Ja, dat kon ik wel en ik had niet echt tijd om door te vragen dus ik dacht ik zie wel.
Ik was er en de vakleerdocent elektrotechniek en de praktijkdocent en we hadden pas iets in de gaten toen de jongens literflessen cola en seven-up tevoorschijn haalden, en een doos met een flinke taart, en iedereen uitnodigden aan de enorme werktafel. Leuk was dat: in dat grote, kale praktijklokaal vol werkplekken en schakelkasten en half voltooide werkstukken, zaten we te smikkelen van suikerzoete taart en lauwe frisdrank. En ondertussen ging het gesprek over hun gedrag op school. Wat kon wel en wat kon niet en waren zij het daarmee eens?
Eén van hen had gisteren een leraar uitgescholden (‘klootzak’), en was daarom de les uitgestuurd. Had zich bij mij gemeld en nu moest hij van mij een middag terugkomen: voor straf. En hij had zijn excuses moeten maken.
Was dat nou nodig? Vroeg de groep.
Ja. Antwoordde ik.
Waarom dan? Vroeg de groep.
En we praatten wat over het verschil tussen wat je mag denken en wat je mag zeggen.
Kijk. Zei ik. Dat Ahmed op een gegeven ogenblik bij zichzelf denkt klootzak, dat is niet anders. Dat kan terecht zijn, of niet, maar dat doet er niet zoveel toe. Hij mag het alleen niet zeggen. Wat je zegt, daar gelden normen voor. Dan moet je je aan regels houden. Het is net als discriminatie. Mensen mogen van andere mensen denken wat ze willen, als ze zich maar netjes gedragen en geen verkeerde dingen zeggen. Woorden zijn daden.
Dus. Zei Ahmed. Ik mag wel denken klootzak, zolang ik maar meneer zeg.
Ahmed, je hebt het begrepen. Zei ik
Jazeker, meneer Sanberg. Zei Ahmed.
Én gelachen dat we hebben.
(februari 1999)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten