zaterdag 26 maart 2011

16. Paul Newman!

De bedrijfsschool van de GTI wordt opnieuw ingericht, dus ik stap binnen, om 08.00 uur 's morgens, en zie: leeg! Hartstikke leeg! Staat helemaal niks meer in! De werkmeester moet lachen om mijn reactie: "Ja, we zijn weer eens beroofd."
Dat is al eerder gebeurd en heel even geloof ik hem maar dan realiseer ik me dat inbrekers geen stoelen en tafels wegslepen. We wachten op de vrachtauto van Overtoom ('tuut tuut' staat op de zijkant. En 'tuut tuut' doet hij.), die komt om kwart over acht.
Net als de leerlingen krijgt de chauffeur eerst een kop koffie. We drommen samen bij de poort, de enige plek waar gerookt mag worden. Beetje grappen, beetje dollen. 20 jongens van een jaar of 18, allemaal gewend aan lichamelijk werk maar vandaag naar school dus een makkie. Allemaal bekertje koffie in de ene hand, sjekkie in de andere. Het is prachtig weer, een vroege lente dampt over het industrieterrein, de geur van koffie en verse shag hangt in de lucht. De chauffeur springt op de laadklep en manoevreert met een pompwagentje en volle pallets. De laadklep gaat met een gedempte zoem naar beneden en de chauffeur schuift de eerste pallet met verpakte meubelen de stoep op.
De werkmeester van GTI grijpt het eerste pak met stoelpoten en geeft het aan de leerling die het dichtst bij hem staat: "Dit moet naar de praktijkruimte."
Ha! Het is vroeg, de nevel hangt over de velden, we zijn er net - en nu gaan we de handen uit de mouwen steken. Ja! De werkmeester verdeelt de pakken. "Dit naar kantoor Dit naar het theorielokaal. Naar de praktijkruimte. Pak aan, Remco. Voorzichtig met die kast. Die is groot - met z'n tweeën."
De ene leerling is breed en pakt een stapel alleen (onder gejoel), andere leerlingen zijn smaller en doen het vanzelf met z'n tweeën. Ik kijk en drink cappuccino. De chauffeur krijgt er ook lol in en voert het tempo op, maar de jongens houden hem gemakkelijk bij en in tien minuten is de vracht gelost.
Voldaan kijken we naar de lege laadruimte en de lege stoep. Alles staat waar het moet komen - nu nog uitpakken en in elkaar zetten. Dat doen we morgen, nu is er les.
Waarover? Over werk! Waarom werken wij? Zonder aarzelen komt het antwoord, unaniem: voor het geld! Ja, natuurlijk. Als ze je niet betalen, kom je niet. Maar werk geeft toch nog meer dan alleen verdienste?
Oh ja? Ja! Glazige blikken.

Waar moet ik aan denken7 Aan een film met Paul Newman. Speelt in een Amerikaanse buitengevangenis in de jaren '50. Forced labour. Geketende gevangenen die 's morgens in een rij het veld in trekken, onder begeleiding van bewakers te paard, om met de hand een weg aan te leggen. Met schoppen en steenslag ('working on the chain'). Paul Newman is de nieuwe man in de gevangenis en hij ‘krijgt de geest’: terwijl ze altijd zo langzaam mogelijk werken (net niet stilstaan en omvallen), kijkt hij over de dampende velden, naar het gereedliggende steenslag, de opkomende zon - en hij spuwt in zijn handen en pakt zijn schop beet en gaat aan het werk. Tempo! Energie!
De anderen lachen eerst maar het werkt aanstekelijk en dan krijgt iedereen de geest: we zullen ze eens wat laten zien. Als een bezetene gaat de hele ploeg te keer en halverwege de dag worden de gevangenen teruggeleid naar het kamp: het werk van de hele dag is in een paar uur geklaard, meer ligt er niet klaar.
De mannen grijnzen voldaan naar elkaar, Paul Newman mompelt: They never seen a man work.

In het kader van het oude beroepsonderwijs haal ik hier herinneringen op aan de RK MTS, jaren 90.

zaterdag 19 maart 2011

15: Met mes en vork

Ik probeer een nieuwe lesmethode uit en dat is best leuk. De nieuwe eindtermen introduceren ook softe onderwerpen bij maatschappijleer op de MTS, en in tegenstelling tot wat ik (slachtoffer van stereotypes) verwachtte, slaat het best aan bij mijn techneuten.
We hebben het over 'nature' en 'nurture', dus over wat je gedrag bepaalt: je genen ('nature') of je opvoeding ('nurture').Van tijd tot tijd is dat flink lachen, want het boek geeft aardige voorbeelden. Zo staan er foto's in van typerende houdingen. Een houding die dominantie uitstraalt wordt bij mannen als normaal ervaren maar is bij vrouwen aanstootgevend. Hilarische grappen vliegen door de klas, ik zal ze niet herhalen want ze zijn niet allemaal even netjes. Nou, vooruit, eentje dan. In het boek staat, bij een foto van een meisje in een uitdagende houding:
"Wat zou je doen als je vriendin bij jouw thuis op bezoek was en zo ging zitten?"
Reactie uit de klas: "Vragen of ons pa en ma even de kamer uit gaan."
Dan, over sociale controle en dat het bij vandalisme verschil maakt in welk gezelschap je verkeert: als je met vrienden op stap bent sloop je misschien eerder een bushokje dan wanneer je met je vader ergens heengaat. “Ik hoor het wel, hij kent onze pa nie.”
Maar de beste grap ontstaat vanzelf, per ongeluk. Ik laat ze vijf vragen maken over gewoontes en manieren. Van wie hebben ze geleerd om zus en zo en dit en dat. Allerlei dingen die de meesten van ons wel kunnen en ook wel doen. En na tien minuten laat ik de antwoorden voorlezen. Ik begin tamelijk willekeurig linksachter en werk die rij leerlingen naar voren toe af. Eerst vraag a, dan b, dan c, dan d. Enfin, u begrijpt 't wel.
"Vraag e." Ik wijs de volgende leerling aan en lees de vraag hardop voor. "Van wie heb je geleerd met mes en vork te eten?"
"Ja, dat moet u mij niet vragen", glimlacht Chung-Ho breed. "Wij eten thuis met stokjes."
Het is even stil. Dan davert het lokaal van de lach. De zoemer gaat verloren in het lawaai.

November 1997.

zaterdag 12 maart 2011

14: Klootzak! / Meneer!

Vorige week hebben wij en petit comite op ons ROC op Stappegoor het Suikerfeest gevierd, uiterst onofficieel en de directie wist er niks van en het was gewoon in het praktijklokaal elektrotechniek, met een hele klas BOL2-leerlingen. In die klas zitten namelijk vier Marokkaanse jongens en het is een leuke klas – ik kan er tenminste goed mee overweg. Dus die vier moslims hadden een tijd zitten smiespelen en kwamen toen langs om mij uit te nodigen in de praktijkles: Meneer, kunt u woensdag om 12.00 uur in lokaal 060 komen?
Ja, dat kon ik wel en ik had niet echt tijd om door te vragen dus ik dacht ik zie wel.
Ik was er en de vakleerdocent elektrotechniek en de praktijkdocent en we hadden pas iets in de gaten toen de jongens literflessen cola en seven-up tevoorschijn haalden, en een doos met een flinke taart, en iedereen uitnodigden aan de enorme werktafel. Leuk was dat: in dat grote, kale praktijklokaal vol werkplekken en schakelkasten en half voltooide werkstukken, zaten we te smikkelen van suikerzoete taart en lauwe frisdrank. En ondertussen ging het gesprek over hun gedrag op school. Wat kon wel en wat kon niet en waren zij het daarmee eens?
Eén van hen had gisteren een leraar uitgescholden (‘klootzak’), en was daarom de les uitgestuurd. Had zich bij mij gemeld en nu moest hij van mij een middag terugkomen: voor straf. En hij had zijn excuses moeten maken.
Was dat nou nodig? Vroeg de groep.
Ja. Antwoordde ik.
Waarom dan? Vroeg de groep.
En we praatten wat over het verschil tussen wat je mag denken en wat je mag zeggen.
Kijk. Zei ik. Dat Ahmed op een gegeven ogenblik bij zichzelf denkt klootzak, dat is niet anders. Dat kan terecht zijn, of niet, maar dat doet er niet zoveel toe. Hij mag het alleen niet zeggen. Wat je zegt, daar gelden normen voor. Dan moet je je aan regels houden. Het is net als discriminatie. Mensen mogen van andere mensen denken wat ze willen, als ze zich maar netjes gedragen en geen verkeerde dingen zeggen. Woorden zijn daden.
Dus. Zei Ahmed. Ik mag wel denken klootzak, zolang ik maar meneer zeg.
Ahmed, je hebt het begrepen. Zei ik
Jazeker, meneer Sanberg. Zei Ahmed.
Én gelachen dat we hebben.

(februari 1999)

zaterdag 5 maart 2011

13. Wil de echte Turk opstaan?

Ik zit achter in de klas stiekem te duimen: laat dit niet ophouden. En gelukkig, het houdt niet op! De klas is in gesprek met zichzelf, over buitenlanders, over seks en over de Islam. Dat gesprek gaat goed en dat is een klein wonder, want deze klas functioneert niet goed. Van tijd tot tijd is er ruzie en dat concentreert zich rondom drie Turkse jongens. Die klitten samen en één van hen is nogal dominant. Dat irriteert. Hij is te serieus bezig, vindt de klas, en hij trapt ook overal in. Dat is dan wel weeer leuk en maakt hem tot een dankbaar object van spot. Lachen!
En nu? Nu houden ze een spreekbeurt. De Turkse jongens hebben het over "Het verschil in houding t.o.v. seks tussen buitenlandse en Nederlandse jongeren."
Het is, vind ik, ontroerend. Ze zijn in Nederland geboren, ze spreken goed Nederlands en nauwelijks Turks, in de achttien jaar van hun leven zijn ze een paar keer op vakantie geweest in Turkije. En als ze 'bij ons' zeggen, edoelen ze: in Turkije.
Hoe gaat het dan, die seks 'bij ons'?
Het beeld dat ze schetsen, is hoe zij vinden dat het zou moeten zijn, in Turkije, onder echte moslims. Het heeft niet zoveel te maken met hoe het er werkelijk aan toe gaat, daar. De Nederlandse jongens voelen dat wel aan en stellen slimme vragen zonder lullig te worden. De Turkse jongens gaan steeds verder in hun idealisering. Iedereen die daar niet aan beantwoordt (de rijke mensen in Turkije, de bedorven mensen in Turkije, de westerse mensen in Turkije, de moderne mensen in Turkije, ja, de mensen in Turkije die in contact komen met de westerse toeristen, enz enz) is eigenlijk geen echte Turk. En in elk geval geen echte moslim.
Stilaan begint het er op te lijken dat een echte Turk 'het' helemaal niet doet, dat seksgedoe, dat dat iets typisch westers is, maar het gesprek gaat verrassend lang door: serieus, onderbroken door grappen die het gesprek een lichtere toets geven maar niet afbreken.
De verlossende ontknoping is tenslotte, dat de Turkse jongens zelf ook niet aan hun ideaalbeeld blijken te beantwoorden. Ze zijn wel eens gezien in de disco, ze zijn wel eens gezien met een glas bier in hun hand, ze zijn wel eens gezien met een meisje ... en één van de Nederlandse jongens zegt: "Ach, jullie zijn zelf ook geen echte Turken, en volgens mij is dat maar goed ook want zo is er toch geen lol aan."
Waarop de hele klas een lachbui krijgt en goedgemutst het lokaal verlaat. Ik wou dat al mijn lessen zo liepen.

In het kader van Het Oude Beroepsonderwijs: herinneringen aan lessen maatschappijleer op de RK MTS in Tilburg, jaren 90.
Deze dateert van oktober 1997