zondag 26 juni 2011

27. Onder de klep

De wet van behoud van ellende: deze kwestie speelde in 1997 al enige jaren -en deze week heb ik een schoolgids gemaakt waarin opnieuw het verbod op petjes in de les staat, compleet met sancties.

En petjes vormen een heikel onderwerp, in de docentenkamer. Mogen ze op, op school? Van mij wel. Persoonlijke vrijheid is me dierbaar, want ik herinner me nog levendig dat de rector van de HBS dreigde mij van school te sturen als ik niet naar de kapper ging.
Ik ben wél tegen petjes in de klas. Het is ongemanierd: niet netjes en geen gezicht. Dat laatste trouwens ook letterlijk: je ziet het gezicht van je leerling niet, onder die klep. Dat is mijn grootste bezwaar, maar ja: het zijn allemaal mijn bezwaren. Ik breng ze regelmatig naar voren, maar als een leerling volhardt, als hij volhoudt dat het hem allemaal niets doet en dat hij zich niet wenst te voegen naar mijn smaak - zo zij het.
Die petjes, trouwens, zijn voor sommige leerlingen echt belangrijk. Ik heb er één in de klas die ze bestelt, van ver weg, omdat de petjes waar het hem om gaat 'in dit achterlijke gat niet te krijgen zijn'. Hij betaalt er tientallen guldens voor, maar dat heeft hij er graag voor over - als het maar de pet is die hij wilde hebben. Laatst had-ie een petje op waar de rafels bij hingen, van de klep af.
"Kees", zei ik, "Wat zie je eruit. De rafels hangen aan je pet.”
"Ja”, antwoordde hij gevleid, "Ik heb een nieuwe in bestelling maar die is er nog niet, dus het moet zo maar even."
Een klasgenoot die hem dat hoorde zeggen, rukte onder het uitroepen van "Wat een vies rafelig petje, weg ermee", de pet van Kees zijn hoofd.
Ach heden! Ontreddering en verlegenheid stonden op Kees' zijn gezicht te lezen.
"Verrek Kees", zei ik, alles nog een graadje erger makend, "Nou heb ik je al zes maanden in de klas en dit is de eerste keer dat ik je haren zie. Leuk hoor."
Ja, dat was natuurlijk gemeen want de klas lag dubbel van het lachen. Kees bloosde tot achter zijn oren en ging met een wilde kreet achter zijn gerafelde pet aan.
Twee weken geleden is het nieuwe exemplaar gearriveerd, en ik moet zeggen (ik heb dat ook gezegd): het is er eentje zoals ik nog nooit gezien heb. Het geeft een eigenaardig effect, want recht boven de klep, op het front, staat een gezicht afgebeeld. Daarmee ondervangt Kees mijn voornaamste bezwaar. Als ik nu tegen hem zeg, laat je gezicht eens zien, hoeft hij maar op zijn pet te wijzen. En dat doet hij ook.

Herinneringen aan de MTS in Tilburg. Deze dateert uit 1997

zaterdag 18 juni 2011

26. Plint Eastwood

Het is de laatste les voor het examen en er moet nog een heleboel vervelende stof doorheen. Dat is dus een probleem - voor mij, welteverstaan, want de monteurs weten dat ik een probleem heb als er veel onvoldoendes vallen voor maatschappijleer. Dus ik doe mijn best om de stof begrijpelijk en boeiend uit te leggen en spoor hen aan hun opdrachten te maken en in te leveren en straks de stof 'te kennen'. Ach, het is mijn werk en vol goede moed houd ik een betoog over de CAO en wat het betekent als die 'algemeen verbindend' wordt verklaard. De monteurs luisteren (af en toe), maken aantekeningen (idem), stellen vragen, gapen (frequent), hangen in hun stoelen, frommelen in hun papieren, krabben zich achter de oren, spelen met pennen, gummen, potloden, pennenzakjes, combinatietangen en papiersnippers. Ook boeren ze van tijd tot tijd, en opeens heeft er eentje geruft. Hilariteit. Boosdoener Remco zit op de achterste bank, zijn maten vluchten naar voren. Ik drijf ze terug - en deins verschrikt achteruit als ik in de buurt van Remco kom en verontrustende putlucht gewaarword.
"Wie is de minister van sociale zaken?", vraag ik, om het maar weer eens ergens anders over te hebben. Ik krijg geen antwoord maar een tegenvraag:
"He meneer, het zit onder tegen de muur en het kan goed schieten?
- Plint Eastwood", antwoordt hij zelf triomfantelijk.
De groep reageert lauw, maar ik schiet voluit in de lach. De monteurs kijken verbaasd. Zo leuk was het nou ook weer niet want het ging niet over seks of scheten of boeren. Of drank.
Ik hervat mijn betoog maar het hek is van de dam. Als ik dat zo leuk vind, weten zij er nog wel meer.
"Het is lang en dun en kan goed schieten?", reageert Ruud. "Lint Eastwood!"
Ja, dat is ook leuk. En de anderen pijnigen hun hersens. In gedreven samenspel komen we tot het volgende rijtje:
Het geeft cadeautjes en het kan goed schieten? Sint Eastwood
Is een bloem en ... - Hyacint Eastwood
Knarst en ... - Grint eastwood
Is ingewikkeld en ... - Labyrint Eastwood (He, van de monteurs!)
Waait en ... - Wind Eastwood. Nee, Remco Eastwood.
Is drinkbaar en ... - Pint Eastwood.
Is snel en ... - Sprint Eastwood
Ziet niks en . .. - Blind Eastwood
Ruikt lekker en ... - Mint Eastwood
Drukt af en ... - Print Eastwood
Wijst aan en ... - Hint Eastwood
Is een aardappel en ... - Bint Eastwood
Is kwijt en ... - Vind Eastwood
Jong en ... - Kind Eastwood
Ik bedenk ook nog, als laatste voor de pauze:
Het is oud en kan goed schieten?
Daar komen ze niet op. Clint Eastwood natuurlijk!

Dan is het pauze. Daarna een video. Helaas heb ik geen western met meneer Eastwood bij me.

zondag 12 juni 2011

25. Het begint met een ‘v ‘ en het eindigt op ‘agina’

“Meneer, wat begint met een ‘v’ en eindigt op ‘agina’?”
De jongen die die vraag stelt zit op de eerste bank en kijkt me verwachtingsvol aan. Ik volg hem even niet want hij stelt de vraag terwijl ik middenin een vurig betoog ben over Pim Fortuyn. De klas luisterde geboeid – nou ja, in elk geval waren ze allemaal stil – en dan ineens zo'n vraag.
“Voorpagina”, geeft hij zelf triomfantelijk het antwoord. “Ha! U dacht iets anders hé?”
Ik dacht dat hij naar mijn betoog luisterde en misschien was dat ook wel zo, maar opeens kwam deze gedachte langs en het is onder monteurs niet de gewoonte om een aardige joke, een gevatte opmerking of een platte mop voor je te houden, alleen maar omdat er iemand anders aan het woord is. Niks uitstel of wachten op het goede moment. Dit is het goede moment: nu.
Toen ik pas les gaf aan monteurs dacht ik dat het sabotage was en werd ik boos. Daarvan waren ze niet onder de indruk, maar vooral: ze begrepen het niet.
Wat was er aan de hand?
Ha, u weet het, want u bent een professional met vakdidactische en pedagogische scholing. Ja, juist: spanningsboog! Ze kunnen gewoon niet lang geconcentreerd luisteren. Hoe spannender het verhaal is hoe korter, denk ik weleens, want de spanning moet eruit. Hup, een grap, een scheet, een boer, een opmerking. Hoeft niet te gaan over het onderwerp van de les, liever niet zelfs, een volkomen andere associatie even er tussendoor. De hele klas lacht, niet omdat het nou zo’n leuke grap is maar vanwege de spanning die eruit moet. Ha! Voorpagina! Leuk!
Ik lach ook. Er komt nog een grap achteraan, ergens achter uit de klas:
“Ik dacht ook iets anders!”
“Oh ja, wat dan?”
”Ja, kut.”
“Kut? Dat begint toch niet met een v.”
Daar lach ik ook om, maar ondertussen loer ik op een kans om terug te komen op Fortuyn Dat lukt, want dan zegt een ander: “Ha, Pimmetje moet daar allemaal niks van hebben.” En dan gaat de les gewoon verder want een aantal blijkt niet te weten dat Fortuyn van de herenliefde is.
Als je maatschappijleer geeft is Fortuyn een geschenk uit de hemel, werkelijk waar. Werd ik vroeger geconfronteerd met een collectieve walging als ik aankondigde dat we het over ‘polletiek’ gingen hebben, de afgelopen weken riepen ze bij binnenkomen al om uitleg over Fortuyn, en waren ze de koning te rijk toen ik die wel wilde geven.
Dat was makkelijk scoren.
Dat is een deel van de verklaring voor de populariteit van Fortuyn: hij surft op de afkeer van ‘polletiek’ bij veel mensen. Vooral omdat er niets opgelost wordt, zo blijkt in de klas.
“Ze lossen niks op!”
Jongens, zeg ik, dat is niet waar. Wel! Niet!
Ha, lesgeven is best leuk. De verontwaardiging stijgt ten top als ik zeg dat ik niets begrijp van het schijnbaar acute crisisbewustzijn bij veel mensen, omdat het nog nooit in de geschiedenis van Nederland zo goed gegaan is in dit land en het echte probleem van de ‘polletiek’ is dat er in Nederland geen echte problemen meer zijn - volgens mij dan.
De klas slooft zich uit om mij alle problemen die zij maar ooit ergens gehoord hebben, voor de voeten te gooien. Het is een geëngageerde drukte van jewelste, totdat degene die met de auto is en in de middagpauze altijd naar de friettent rijdt, ineens iets anders bedenkt:
“Wat moeten jullie direct van de fritestent?”
Want zo gaat dat, en ik laat niet na hen erop te wijzen (terwijl ze bestellingen opsommen): ze verdienen 600 euro schoon in de maand terwijl ze 3 dagen per week werken, het bedrijf betaalt hun opleiding en ze wonen bij hun ouders. Dus krijgen ze boterhammen mee om weg te gooien en kopen ze collectief frites, tussen de middag. Dat gaan ze in de auto halen en terwijl ze onderweg zijn geven de achterblijvers nog bestellingen door via de mobieltjes.
”He meneer, Johnny heeft een nieuw mobieltje, hebt u die al gezien?”
Bewijst dat mijn gelijk dat het goed gaat? Welnee. Doe mij maar een frikandel speciaal dan.

2002