zaterdag 29 januari 2011

8. Punten janken.

Een proefwerkweek is leuk als afwisseling: af en toe surveilleren en tussendoor veel vrije uren om rond te lummelen. En dan komt de lading proefwerken en moet je aan het werk.

De eerste les na de proefwerkweek bespreek ik de opgaven in de klas. En och arme leerlingen. Want hoe gaat dat? Ze maken de opgaven in de hogedrukpan van de proefwerkweek. Ze doen er hun best op (best wel) maar ze voelen natuurlijk wel dat ze geen tien gescoord hebben. Twijfel knaagt: zou ’t wel voldoende zijn?

Vervolgens gaan ze zichzelf moed inspreken. ‘Het is vast wel een voldoende, want die eerste vraag die heb ik goed, dat weet ik zeker. De tweede niet, maar die zal wel niet zo zwaar tellen. En de derde, nou, misschien krijg ik toch wel wat punten voor dat antwoord, het was wel niet helemaal goed maar die vraag was ook niet zo duidelijk en in mijn aantekeningen stond...’

In de loop van de week verschuift het beeld van hun prestaties in de richting van: tamelijk rooskleurig. Daar gaat dan nog een weekeinde overheen waarin ze hun ouders overtuigen dat ze toch echt wel iets extra’s verdiend hebben, na zo’n proefwerkweek die ze best wel goed gemaakt hebben... en dan krijgen ze de punten terug.

De naakte waarheid staart hen in het gezicht waar de hele klas bij is. Dat is te veel, die klap is te hard. Daartegen nemen ze hun ego in bescherming. Schelden dus. Omdat ze mij niet rechtuit uit durven schelden (dat moet ik vooral zo houden), gaan ze tekeer tegen de zaak in het algemeen:

“Wè is dè na vur onzin?”

“Wenne flauwekul!”

“Wèn gesèk zeg.”

“Un nááivak, dè ist.”

Als de ergste stoom eraf is komen ze naar me toe. Nog steeds zo geëmotioneerd dat ze Tilburgs praten: “Eh, meneer, hier hè, waorum is dè nie goed?”

Ik ga daar dan niet meteen op in. Laat ze maar stoom afblazen. Ik blijf vriendelijk kijken en zeg dat ik het vraag voor vraag zal behandelen als ze allemaal weer op hun plaats zitten. En jawel, terug in de banken vergelijken ze hun enormiteiten met de antwoorden elders in de klas. En als ze dan zien dat anderen wel goede antwoorden en goede punten hebben voor dat seikproefwerk van dat naaivak, dan is de strijd wel gestreden.

Vervelend zijn alleen die leerlingen die om tienden van punten blijven zeuren, die van een viereneenhalf een vierkommazes willen maken door te dreigen en te jammeren. B2b zet die klanten op hun nummer:

“Hé, Van Bavel, moette oe punten wir bij elkaar jànken?”, klinkt het geïrriteerd door het lokaal.

zaterdag 22 januari 2011

7. Daar gaat zij.... (met dank aan Clouseau)

Onze samenleving is inmiddels behoorlijk gemengd, dacht ik zo. Zijn er nog gebieden, aspecten, sectoren of desnoods maar hoekjes van de maatschappij te noemen die gesegregeerd zijn? Waar jongens en meisjes / mannen en vrouwen ver van elkaar worden gehouden?
Zo veel jaar na de seksuele revolutie zou je toch denken dat we normaal met elkaar om kunnen gaan. Zo veel jaar na de officiële gelijkstelling van man en vrouw zou je verwachten dat mogelijkerwijs niet alle gedachten, maar in elk geval wél alle blikken in zakelijke en schoolse situaties geheel boven de gordel gericht worden. Die jongens van mij (jawel, ik heb het over de MTS in Tilburg in de jaren 90), die hebben toch hun hele leven op gemengde scholen gezeten? Van peuterspeelzaal via kleuterschool en basisschool tot de mavo en het VBO, overal waren toch meisjes aanwezig? In min of meer gelijke mate? En op al die scholen zijn toch zowel meneren als mevrouwen te werk gesteld?
Nou dan, wat zeur je nou? Waar gaat dit eigenlijk over?
Tja, sommige collega's hebben regelmatig stagiaires, van die frisse, opgewekte types die het onderwijs in willen. Begin november kwam er weer eentje binnenlopen, maar nu was het er één die er (opvallend) goed uitzag. En wat gebeurde? Complete opstoppingen in de gang waren het gevolg. Ik moest de jongens de eerste dagen van de gang af slépen, zo moeilijk viel het hun afscheid te nemen van deze ogentroost. Gefascineerd stonden ze in de tijd tussen de lessen, vóór ze bij mij naar binnen gingen, door de gangramen het lokaal aan de overkant in te gapen. Open monden. Weerloze blikken. Het duurde vijf minuten van mijn les voor iedereen rustig zat en erover uitgezeurd was. En toen ze een keer tijdens lestijd over de gang liep, stond mijn hele klas op de banken.
Af en toe droomde er nog wel eens eentje weg tijens de les. Zuchtend kwam ie weer tot zichzelf, als ik er om vroeg.
Tja, denkt u nu. Ach, pubers. Die zijn niet wijzer. En daar kunnen ze ook niks aan doen, want: hormonen. En: bushokjes. Die hele jeugdcultuur is nu eenmaal vergeven van seks. Met de jaren gaat dat wel over.
Oh ja, dacht u dat?
Dan hebt u de gesprekken in de docentenkamer niet gehoord.

zaterdag 15 januari 2011

6. Jacqueline bezighouden

Op maandagavond komen de Eerste Monteurs naar school. Of liever: ze zijn nog monteur, maar ze willen Eerste Monteur worden. Dat krijgen ze beter werk en verdienen ze meer. En dus komen ze twee avonden per week naar school voor vaktheorie en voor Maatschappelijke en Culturele Vorming. Van vaktheorie weet ik niets af, maar maatschappelijk en cultureel vormen, dat kan ik. Denkt de schoolleiding. De monteurs denken hier genuanceerder over.

’s Winters is het best zwaar. Om 6 uur op, om 7 uur naar je werk, de hele dag in koude ruwbouw rondlopen, door kruipruimten kruipen, op trappen klimmen, over steigers klauteren, kabelgoten hangen, kabels trekken, buizen bevestigen. Om 6 uur thuis. Om kwart voor zeven op school en dan drie uur in een warm lokaal zitten luisteren.

Af en toe sukkelt er dus eentje in slaap – ik kan me daar iets bij voorstellen. Maar het zijn leuke lessen, vind ik zelf. En je leert iets over een heel ander soort leven dan onze comfortabele betrekkingen waarin sprake is van sabbatsjaren en roostervrije dagdelen.

Zo had een baas een klus in Guernsey, kanaaleiland. Maar hij zat er een beetje mee: hoe kreeg hij de monteurs zover dat ze enkele weken in het buitenland gingen werken. Voor de kosten was het veruit het gunstigst als hij het in één keer kon afwerken, maar meer dan 3 weken van huis, dat is lang.

Hij stelde voor: 5 dagen achter elkaar 10 uur werken, dan 2 dagen vrij. Maar wel daar blijven.

Flauwekul, vonden de monteurs. 2 dagen vrij? Zonde van de tijd. 1 dag uitrusten is meer dan genoeg. Dus: 6 dagen achter elkaar werken, 10 uur per dag. Dan was de klus in krap 3 weken te doen. Op zaterdag terug.

Okay, zo doen we het. En dan krijgen jullie wat mij betreft een week vakantie.

Een week vakantie? Waar was dat nou weer voor nodig? Gewoon, zaterdagavond terug, zondag vrij en maandagmorgen weer aan het werk.

“Waarom zijn jullie zo fanatiek?” vroeg ik aan Tom, een forse, serieuze knaap. .

“Nou, dat zit zo. We zijn allemaal halverwege de 20 en we hebben verkering (“Oh, met elkaar zeker”, werpt de rest van de klas ertussen), en we willen gaan trouwen dus we kunnen het geld goed gebruiken. Dus we willen wel uren maken. Maar die week vakantie, dat doe ik wel.”

“Ja, mooi, even rustig aan”, begrijp ik hem verkeerd.

“Rustig aan? Niks rustig aan. Ik heb nog een zwarte klus liggen, dat kan ik mooi in die week afwerken, dat betaalt hartstikke goed.”

In de klas informeren de andere jongens pesterig bij Tom wat zijn verloofde daar van vindt, dat hij drie weken weg is. En of zij haar een beetje bezig zullen houden, die weken. Dat willen ze wel doen hoor.

“Jullie?”, grijnst Tom, twee meter lang en één meter breed. “Jacqueline bezig houden? Die lacht zich een breuk als ze jullie aan ziet komen. Die is mij gewend.”

zaterdag 8 januari 2011

5. 'Het doen'

‘Het doen’ (1994)

Voor iedereen zal wel gelden, dat je er meer over praat dan dat je 't doet, maar als je 16 parallelklassen hebt en als het onderwerp van de lessen "Sexualieit en relaties" is, dan neemt de wanverhouding tussen woord en daad groteske vormen aan. Van 's morgens vroeg tot laat in de middag praat ik over coitus en cohabitatie en alles wat daarbij te pas komt. Zo langzamerhand komt het me mijlenver de keel uit, met name de misverstanden: als ‘anaal’ iets met ‘anus’ te maken heeft, heeft ‘oraal’ dan iets te maken met ‘oor’?
Want terminologie, dat is een verhaal apart. Ik had tevoren nagedacht over welke woorden ik zou gebruiken en welke woorden ik zou toelaten dat de leerlingen gebruikten. Toch ging het mis.
Zo had ik, om gedoe over schuttingtaal uit de weg te hebben, de jongens de opdracht gegeven om een lijst te maken van alle synoniemen die ze kenden voor 'het doen', voor ‘mannelijk geslachtsorgaan’ en voor ‘vrouwelijk geslachtsorgaan’. In groepen van vier. En vervolgens liet ik uit elke groep de grootste branie het groepslijstje voorlezen.
Ha! Het loopt dit uit op blozende, stotterende pubers die mij smekend aankijken: moet dat echt?
Het vervolg was een klassegesprek waarom je in verschillende situaties verschillende termen gebruikt: waar heeft dat mee te maken? Met respect voor je gesprekspartner - daar kwamen ze zelf mee! En wat doen we dus in de les? We houden ons fatsoen, maar min of meer neutrale termen als ‘neuken’ gebruiken we wel.
Dat was voor mij overigens ook nieuw, om zoiets in de klas te zeggen en op bord te schrijven.
Enfin, het waren interessante aantekeningen geworden in al die multomappen, en ik bleek een leerling te hebben wiens moeder zijn vorderingen op school nauwkeurig bijhield en die dus zijn aantekeningen doornam, ook die van maatschappijleer.
Die avond kreeg een collega van me, mentor, een telefoontje waar hij van in de war raakte. Een moeder van een van de leerlingen uit zijn klas belde hem op, stelde zich voor, en ging verder met: "Ik wil u even een stukje voorlezen uit de aantekeningen maatschappijleer die onze Pieter vanmorgen gemaakt heeft. Bent u er klaar voor? Nou, hier staat dus:..." Waarop ze zonder stotteren die hele rij synoniemen voorlas.
De collega liet de hoorn uit z'n handen vallen en miste zo wat termen, maar de volgende dag had ik wat uit te leggen in de lerarenkamer. Het blijft linke soep, praten over 'het doen'.