zaterdag 8 januari 2011

5. 'Het doen'

‘Het doen’ (1994)

Voor iedereen zal wel gelden, dat je er meer over praat dan dat je 't doet, maar als je 16 parallelklassen hebt en als het onderwerp van de lessen "Sexualieit en relaties" is, dan neemt de wanverhouding tussen woord en daad groteske vormen aan. Van 's morgens vroeg tot laat in de middag praat ik over coitus en cohabitatie en alles wat daarbij te pas komt. Zo langzamerhand komt het me mijlenver de keel uit, met name de misverstanden: als ‘anaal’ iets met ‘anus’ te maken heeft, heeft ‘oraal’ dan iets te maken met ‘oor’?
Want terminologie, dat is een verhaal apart. Ik had tevoren nagedacht over welke woorden ik zou gebruiken en welke woorden ik zou toelaten dat de leerlingen gebruikten. Toch ging het mis.
Zo had ik, om gedoe over schuttingtaal uit de weg te hebben, de jongens de opdracht gegeven om een lijst te maken van alle synoniemen die ze kenden voor 'het doen', voor ‘mannelijk geslachtsorgaan’ en voor ‘vrouwelijk geslachtsorgaan’. In groepen van vier. En vervolgens liet ik uit elke groep de grootste branie het groepslijstje voorlezen.
Ha! Het loopt dit uit op blozende, stotterende pubers die mij smekend aankijken: moet dat echt?
Het vervolg was een klassegesprek waarom je in verschillende situaties verschillende termen gebruikt: waar heeft dat mee te maken? Met respect voor je gesprekspartner - daar kwamen ze zelf mee! En wat doen we dus in de les? We houden ons fatsoen, maar min of meer neutrale termen als ‘neuken’ gebruiken we wel.
Dat was voor mij overigens ook nieuw, om zoiets in de klas te zeggen en op bord te schrijven.
Enfin, het waren interessante aantekeningen geworden in al die multomappen, en ik bleek een leerling te hebben wiens moeder zijn vorderingen op school nauwkeurig bijhield en die dus zijn aantekeningen doornam, ook die van maatschappijleer.
Die avond kreeg een collega van me, mentor, een telefoontje waar hij van in de war raakte. Een moeder van een van de leerlingen uit zijn klas belde hem op, stelde zich voor, en ging verder met: "Ik wil u even een stukje voorlezen uit de aantekeningen maatschappijleer die onze Pieter vanmorgen gemaakt heeft. Bent u er klaar voor? Nou, hier staat dus:..." Waarop ze zonder stotteren die hele rij synoniemen voorlas.
De collega liet de hoorn uit z'n handen vallen en miste zo wat termen, maar de volgende dag had ik wat uit te leggen in de lerarenkamer. Het blijft linke soep, praten over 'het doen'.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten