zaterdag 13 november 2010

4. Indianen in Nederland?

Oktober 1993.

Wat zegt klas W2e luid en triomfantelijk als ik ze vraag om eens wat groepen buitenlanders-in-Nederland te noemen?
“Indianen!”
“Nee”, lach ik, in de veronderstelling dat ze me in de maling nemen, “Indianen zijn er niet in Nederland.”
“Jawel meneer, Mahendra hier, die komt uit India en dat is dus een indiaan.“
Zo kon ik dat verhaal over Columbus die dacht dat hij India had ontdekt, ook weer eens kwijt.
Was dit een onschuldig grapje, over die indiaan? Mahendra zelf vond het wel aardig, hij grinnikte in elk geval. Maar ja, als je als enige Turk / Marokkaan / Kaapverdiaan / Indiër etc in een klas vol Brabantse jongens zit, is het 't makkelijkst om gewoon mee te grinniken.
In elk geval waren niet alle grapjes onschuldig of aardig bedoeld, tijdens mijn lessen over buitenlanders in Nederland. Ik kwam op het onderwerp naar aanleiding van Prinsjesdag: de voorspellingen zijn immers dat Janmaat met zijn CentrumDemocraten in mei aanstaande meer zetels zal behalen.
Een enkele leerling liet meteen weten dat ie dat een prima zaak vond. Bij de meesten bespeurde ik wel begrip voor CD-stemmers, zonder dat ze dat zelf zouden doen. Zeiden ze.
Dat begrip kwam voort uit het gevoel dat de regering er een potje van maakt, met de buitenlanders: “Ze laten iedereen maar toe, ze geven buitenlanders een huis waar Nederlanders jaren op moeten wachten.”
Wat moet je met dat soort uitspraken? Ik dacht, laat ik gewoon eens uitleggen hoe moeilijk het is om legaal in Nederland binnen te komen. Dan snappen ze gelijk dat je, voor een streng asielzoekersbeleid, niet op de CD hoeft te stemmen.
Sommigen leerlingen raken overstuur bij dit onderwerp, Marijn uit W2b kwam niet meer uit zijn woorden zo verontwaardigd was hij over wat onze regering allemaal verkwanselde aan die buitenlanders. Met een vuurrood hoofd begon hij te stotteren van emotie - precies op het moment dat de zoemer ging.
Dan blijkt altijd ook weer de betrekkelijkheid van willekeurig welk onderwerp: als de zoemer gaat valt de discussie stil en snelt de meute de klas uit.
Maar enkele jongens blijven nog even hangen, het zit ze niet lekker.
“Ach meneer, die mandarijn, u moet er niet te zwaar aan tillen. Hij zegt eigenlijk nooit veel, behalve als het hierover gaat. Het is geen kwaaie jongen hoor.”
Nee, dat weet ik wel. Marijn is geen kwaaie jongen, mandarijn of niet. Maar ik zou toch wel willen weten wat er nou achter zit, dat een goedmoedige jongen uit een Brabants dorp zo over de rooie gaat van iets wat toch eigenlijk voor hem een ver van mijn bedshow is. Hoe werkt dat?

PS
Het blijft grappig hoe makkelijk je kunt scoren, soms. Als het over Janmaat gaat zeg ik voor alle zekerheid: Hans Janmaat. Niet dat ze zijn voornaam moeten kennen, maar wat ik verwachtte, klopt: veel leerlingen denken dat het gaat om Jan Maat. En dan hebben ze echt het gevoel dat ze iets belangrijks geleerd hebben, als je dat rechtzet.

zaterdag 30 oktober 2010

3. Op het grasveld na de bommelding

(mei 1993)

Bij mooi weer gaan leerlingen zeuren: “Meneheer, kunnen we niet buiten les krijgen? Ohh, voor deze keer?”

Maandag 23 april leek het alsof alle leraren van de MTS op hetzelfde moment gehoor hadden gegeven aan dit melige verzoek. Het grasveld voor de school zat vol met MTS’ers. Niet alleen leraren en leerlingen, nee, ook het management kwam gezellig buiten staan. Directeur Tijn Verstappen was er, en opleidingshoofden Jan Hertogh en Peter Sprinkhuizen. De administratie bruinde knus haar benen en de conciërge was druk in de weer om iedereen de weg te wijzen en he, er waren ook politie-agenten gekomen die het geheel met kleurige linten afzetten zodat we niet gestoord zouden worden in deze vroege zomerzon.

De meisjes van de overkant (Triborgh, de Assistenten Gezondheidszorg) keken nieuwsgierig toe.

Het leek gezellig maar dat was het niet want er was een bommelding en er stond een koffertje in de hal. Daarom was om 11.55 uur de zoemer gaan rammelen (hoeveel mensen weten nog welk geluid ik bedoel met ‘rammelen’: we hadden een heel aparte zoemer op de MTS) en waren we allemaal wat lacherig via de brandtrappen naar buiten gegaan, denkend aan een brandalarmoefening.

De politie hielp ons snel uit de droom en kon er niet mee lachen. Voor ons was het een onderbreking maar voor hen was het werk en ze namen het koffertje wel zo serieus dat ze het aan de explosievenopruimingsdienst overlieten. Je merkte ook dat politie-agenten op een heel andere manier gezag uitoefenen en gehoorzaamheid afdwingen dan docenten.
De leerlingen waren nog geheel in de schoolsfeer, daar buiten op dat grasveld. En school, ach, als er dan zo’n roodwit lint gespannen wordt waar je achter moet blijven, dan zie je dat in eerste instantie toch meer als een soort verzoek dan als een keihard verbod. Dus als er achter het lint te weinig plaats is om lekker te liggen, dan ga je aan de andere kant van het lint liggen. En als er dan een agent komt die zegt: ‘Achter het lint betekent achter het lint’, dan laat je dat eens rustig over je heen komen. Opstaan? Gehoorzamen? Kan altijd nog.

Maar een agent is iemand anders dan een docent en die zegt dat dus één keer. Als er niet geluisterd wordt schopt hij kortaangebonden de liggende jongen tegen z’n benen – niet vriendelijk-vermanend zoals een docent misschien ook nog wel zou doen, maar gewoon: hard, zodat het zeer doet. Als door een adder gebeten springt de jongen overeind, volkomen verrast door deze daad van geweld. De agent kijkt hem strak aan en loopt vervolgens rustig door.
Het klinkt allemaal amusant en vermakelijk, maar dat is het niet, zo’n bommelding. Om 13.00 uur kregen we te horen dat de explosievenopruimingsdienst er pas om 15.00 uur kon zijn. Wat te doen? Ik ben maar naar huis gegaan. Te voet, want we mochten niet meer in de fietsenstalling. Ik woon precies een half uur lopen van school, weet ik nu.

2. W2Aaaaaaaaaaahhhhhhh!!!!!!!

(januari 1993)

W2A is met voorsprong de luidruchtigste klas dit jaar. Ach, één lastige klas per jaar moet kunnen. Je blijft er wakker bij en er valt nog eens iets te lachen.

In W2A zit Wilfred, zo’n leerling als er altijd wel in zo’n klas zit: de luidruchtigste leerling in de lastigste klas. Over Wilfred wil ik het even hebben.

Wat was het geval? De les is nog niet echt begonnen (Waarom is de les nog niet echt begonnen? Omdat ik ze nog niet stil gekregen heb, daarom niet. En waarom heb ik ze nog niet stil gekregen? Omdat Wilfred z’n muil niet wil houden. Maar ik loop op de gebeurtenissen vooruit.) De leerlingen wisselen luidkeels van gedachten over een stunt van vorige week. Een leraar zou een videoband laten zien. Toen ze het lokaal binnenkwamen stond de apparatuur al klaar. Achter zijn rug hadden enkele leerlingen snel de band die er in zat verwisseld voor een vieze film van hun keuze. De leraar zette de video aan en bleef de klas in kijken om ze in de gaten te houden, het is tenslotte W2A. Zeker drie minuten lang stond hun filmkeuze aan, tot de collega gealarmeerd werd door de geluiden uit de videorecorder die niet pasten bij de documentaire die hij had willen vertonen. Ja, de leerlingen kwamen niet meer bij, natuurlijk.

Zo’n klas dus.

De gedachtewisseling in mijn les waar ik het over heb, gaat diagonaal door het lokaal heen, van linksvoor (waar Wilfred zit) naar rechtsachter. Ik heb al een paar keer gezegd dat ze op moeten houden en ik word ongeduldig. Dus zeg ik het nog een keer, HARD. Het wordt stil (eindelijk) en dwars door die stilte kwekt Wilfred, voor de verandering in keurig ABN en met een fraai kakkineus accent: “Maar meneer, wij zijn in gesprek en u roept daar zomaar tussendoor. Dat is toch niet zoals het hoort.”

1. Wie ben ik & wat is dit

Van 1981 tot 1996 gaf ik maatschappijleer aan de MTS in Tilburg. Ik schreef korte stukjes in het personeelsblad over vrolijke gebeurtenissen tijdens die lessen. Later heb ik een aantal van die stukjes gepubliceerd in het boekje ‘Dagelijks Leven’.

Dat boekje is niet meer te krijgen, reden om de columns nu aan internet toe te vertrouwen. Maar er is meer: het personeelsblad en het boekje werden eigenlijk alleen gelezen door collega-docenten. Op internet hoop ik ook een aantal van mijn leerlingen te bereiken - zij (jullie!) treden tenslotte op in deze stukjes.

Veel plezier ermee - ik stel reacties zeer op prijs!

Gerard Sanberg