zaterdag 30 oktober 2010

3. Op het grasveld na de bommelding

(mei 1993)

Bij mooi weer gaan leerlingen zeuren: “Meneheer, kunnen we niet buiten les krijgen? Ohh, voor deze keer?”

Maandag 23 april leek het alsof alle leraren van de MTS op hetzelfde moment gehoor hadden gegeven aan dit melige verzoek. Het grasveld voor de school zat vol met MTS’ers. Niet alleen leraren en leerlingen, nee, ook het management kwam gezellig buiten staan. Directeur Tijn Verstappen was er, en opleidingshoofden Jan Hertogh en Peter Sprinkhuizen. De administratie bruinde knus haar benen en de conciërge was druk in de weer om iedereen de weg te wijzen en he, er waren ook politie-agenten gekomen die het geheel met kleurige linten afzetten zodat we niet gestoord zouden worden in deze vroege zomerzon.

De meisjes van de overkant (Triborgh, de Assistenten Gezondheidszorg) keken nieuwsgierig toe.

Het leek gezellig maar dat was het niet want er was een bommelding en er stond een koffertje in de hal. Daarom was om 11.55 uur de zoemer gaan rammelen (hoeveel mensen weten nog welk geluid ik bedoel met ‘rammelen’: we hadden een heel aparte zoemer op de MTS) en waren we allemaal wat lacherig via de brandtrappen naar buiten gegaan, denkend aan een brandalarmoefening.

De politie hielp ons snel uit de droom en kon er niet mee lachen. Voor ons was het een onderbreking maar voor hen was het werk en ze namen het koffertje wel zo serieus dat ze het aan de explosievenopruimingsdienst overlieten. Je merkte ook dat politie-agenten op een heel andere manier gezag uitoefenen en gehoorzaamheid afdwingen dan docenten.
De leerlingen waren nog geheel in de schoolsfeer, daar buiten op dat grasveld. En school, ach, als er dan zo’n roodwit lint gespannen wordt waar je achter moet blijven, dan zie je dat in eerste instantie toch meer als een soort verzoek dan als een keihard verbod. Dus als er achter het lint te weinig plaats is om lekker te liggen, dan ga je aan de andere kant van het lint liggen. En als er dan een agent komt die zegt: ‘Achter het lint betekent achter het lint’, dan laat je dat eens rustig over je heen komen. Opstaan? Gehoorzamen? Kan altijd nog.

Maar een agent is iemand anders dan een docent en die zegt dat dus één keer. Als er niet geluisterd wordt schopt hij kortaangebonden de liggende jongen tegen z’n benen – niet vriendelijk-vermanend zoals een docent misschien ook nog wel zou doen, maar gewoon: hard, zodat het zeer doet. Als door een adder gebeten springt de jongen overeind, volkomen verrast door deze daad van geweld. De agent kijkt hem strak aan en loopt vervolgens rustig door.
Het klinkt allemaal amusant en vermakelijk, maar dat is het niet, zo’n bommelding. Om 13.00 uur kregen we te horen dat de explosievenopruimingsdienst er pas om 15.00 uur kon zijn. Wat te doen? Ik ben maar naar huis gegaan. Te voet, want we mochten niet meer in de fietsenstalling. Ik woon precies een half uur lopen van school, weet ik nu.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten