De wet van behoud van ellende: deze kwestie speelde in 1997 al enige jaren -en deze week heb ik een schoolgids gemaakt waarin opnieuw het verbod op petjes in de les staat, compleet met sancties.
En petjes vormen een heikel onderwerp, in de docentenkamer. Mogen ze op, op school? Van mij wel. Persoonlijke vrijheid is me dierbaar, want ik herinner me nog levendig dat de rector van de HBS dreigde mij van school te sturen als ik niet naar de kapper ging.
Ik ben wél tegen petjes in de klas. Het is ongemanierd: niet netjes en geen gezicht. Dat laatste trouwens ook letterlijk: je ziet het gezicht van je leerling niet, onder die klep. Dat is mijn grootste bezwaar, maar ja: het zijn allemaal mijn bezwaren. Ik breng ze regelmatig naar voren, maar als een leerling volhardt, als hij volhoudt dat het hem allemaal niets doet en dat hij zich niet wenst te voegen naar mijn smaak - zo zij het.
Die petjes, trouwens, zijn voor sommige leerlingen echt belangrijk. Ik heb er één in de klas die ze bestelt, van ver weg, omdat de petjes waar het hem om gaat 'in dit achterlijke gat niet te krijgen zijn'. Hij betaalt er tientallen guldens voor, maar dat heeft hij er graag voor over - als het maar de pet is die hij wilde hebben. Laatst had-ie een petje op waar de rafels bij hingen, van de klep af.
"Kees", zei ik, "Wat zie je eruit. De rafels hangen aan je pet.”
"Ja”, antwoordde hij gevleid, "Ik heb een nieuwe in bestelling maar die is er nog niet, dus het moet zo maar even."
Een klasgenoot die hem dat hoorde zeggen, rukte onder het uitroepen van "Wat een vies rafelig petje, weg ermee", de pet van Kees zijn hoofd.
Ach heden! Ontreddering en verlegenheid stonden op Kees' zijn gezicht te lezen.
"Verrek Kees", zei ik, alles nog een graadje erger makend, "Nou heb ik je al zes maanden in de klas en dit is de eerste keer dat ik je haren zie. Leuk hoor."
Ja, dat was natuurlijk gemeen want de klas lag dubbel van het lachen. Kees bloosde tot achter zijn oren en ging met een wilde kreet achter zijn gerafelde pet aan.
Twee weken geleden is het nieuwe exemplaar gearriveerd, en ik moet zeggen (ik heb dat ook gezegd): het is er eentje zoals ik nog nooit gezien heb. Het geeft een eigenaardig effect, want recht boven de klep, op het front, staat een gezicht afgebeeld. Daarmee ondervangt Kees mijn voornaamste bezwaar. Als ik nu tegen hem zeg, laat je gezicht eens zien, hoeft hij maar op zijn pet te wijzen. En dat doet hij ook.
Herinneringen aan de MTS in Tilburg. Deze dateert uit 1997
Geen opmerkingen:
Een reactie posten