zondag 29 mei 2011

24. Overleven zonder friet

Ik weet niet hoe uw schooljaar begon, maar ik moest met twee klassen eerstejaars procestechniek op overlevingskamp in de Ardennen. Daar leer je een hoop van, van zo'n barre tocht. Zo weet ik nu dat mijn leerlingen zich hoofdzakelijk in leven houden met frites en frikadellen. En omdat ze die niet kregen, bleven ze erom roepen ("Meneheer, mogen wij nu naar het dorp naar een fritestent?").
Omdat het eten primitief was (je moest roosteren op zelfgemaakte kampvuur) en wc’s afwezig (je moest hurken op een eenzaam plekje in het bos), gingen de gesprekken al snel alleen nog maar over hoe aan fatsoenlijk eten ( = frites) te komen, en hoe van de verteerde resten af te geraken (is hier een wc?).
Toen ik mijn groep de tweede dag vertelde dat op de plek van de volgende overnachting een wc was, verdubbelden de leerlingen het tempo ("Voor die plee staat een rij van anderhalf uur als we er niet als eerste zijn”)
Groot was hun ontsteltenis toen er weliswaar een toilet was, maar naar klassiek Frans ontwerp:
"Maar meneer, daar moet je staande op schijten!”
"Nee, doe niet zo dom", antwoordde ik geduldig. "Je moet hurken."
Ze keken me aan alsof ik ontoerekeningsvatbaar was.
Zelf miste ik de koffie het meest, na één dag zonder.

Omdat het goed weer was bleek slapen onder de blote hemel een fluitje van een cent. We spanden een touwtje tussen twee bomen, gooiden daar een lap plastic overheen en legden onze slaapzak er onder. Het viel niet mee om je erin te wurmen, in het stikkedonker, maar als je eenmaal lag en je had je slaapzak goed dichtgetrokken, sliep je heerlijk.

Wat leer je nog meer?
"Dat wij eigenlijk veel te luuks leven" vond mijn collega, maar daar was ik het niet mee eens. Hoe langer het duurde, hoe meer ik al die luxe thuis op prijs begon te stellen. Tafels en stoelen, gloeilampen, zachte bedden, wastafels, ligbaden: ik heb er zeer naar verlangd. Dat lopen dat we deden (en waar de leerlingen zo over klaagden "Tjezus, meneer, vijftien kilometer! Met rugzak? Dat meent u niet!") dat stelde niet zo veel voor. Daar werd je gewoon lekker moe van zodat je goed sliep. Maar dat je na die 15 kilometer lopen niet lekker op een terras kon gaan zitten, dat je daarentegen een onderkomen moest gaan maken en hout moest verzamelen, dat je eten moest roosteren, staande moest eten, de rommel opruimen, gehurkt en in het donker 'ter wc' gaan, dat je jezelf niet kon wassen en in het donker in een koude slaapzak moest kruipen – dat hakte er in. Dat was afzien, en dan heeft het nog niet eens geregend.
Het vermakelijkste moment? Aan het einde, toen we het dorp naderden waar we de hele dag al naartoe gesjokt hadden en de eerste leerlingen de bebouwing in het oog kregen: een groot pand met het opschrift: ‘friterie’. Ze begonnen zowaar te rennen, ondanks rugzakken en moede voeten. Eindelijk! Beschaving! Frites!

Gerard sanberg
(in het kader van Het Oude Beroepsonderwijs herinneringen aan de RK MTS in Tilburg. Dit verhaal dateert van 1992)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten