Misschien denkt u door deze stukjes dat mijn dagelijks leven voor de klas één en al pret is: lachen, gieren, brullen en knipogen. Dat zei een collega tegen me: “Volgens mij gaat het bij jou vanzelf, voor de klas.”
Dat is niet zo, in sommige klassen is het echt ploeteren. Zo heb ik al een tijdje ruzie met een bouwklas. Daar zitten een paar schreeuwers in die op een gegeven ogenblik stemming gemaakt hebben tegen mij en mijn vak – en nu is er geen land meer mee te bezeilen. Ze zijn het erover eens dat ze mij niet moeten, en mijn vak ook niet, en dat ik maar beter op mijn tellen kan passen.
Ik pas dus op mijn tellen, dat wil zeggen, ik houd ze goed in de gaten want als ik verslap komt er stront. Door die houding verstrakt de sfeer nog meer, zodat ik het de jongens eigenlijk niet meer kwalijk kan nemen dat ze er geen zin meer in hebben. Ik heb er ook geen zin meer in.
Is dat erg, zo’n klas?
Nou, erg. Het is vervelend, voor hen en voor mij. Als al mijn lessen zo gingen, stopte ik met lesgeven voor het lesgeven met mij stopte. Dat is dus gelukkig niet zo, maar er zit elk jaar wel een klas tussen met wie het niet lukt. Zo bijzonder is het dus niet, maar wat me in dit geval trof, was de strekking van het verwijt dat ze me maakten.
Als je maatschappijleer geeft aan een technische school heb je van tijd tot tijd een dikke huid nodig. Toen ik ermee begon, in 1981, was er voor maatschappijleer een algemeen programma. U kent dat wel: politiek, criminaliteit, oorlog en vrede (de jongens vonden vooral de techniek achter de kruisraketten interessant), discriminatie, etc. Af en toe kwam er uit de klassen protest: Dit is toch een technische school? Wat moet ik dan met dat gezeur over politiek?
De eindtermen die vervolgens werden vastgesteld leken wel een reactie op die opmerkingen. Ze schiepen de mogelijkheid om meer techniek in de lesstof te stoppen via het onderwerp 'Technologie en samenleving'. Ik heb die mogelijkheid dankbaar aangegrepen en dat onderwerp prominent op het programma gezet.
Wat was nu het verwijt dat die bouwklas mij maakte (en waarmee de ruzie begon)?
Zeg, dit is toch maatschappijleer? Waarom krijgen we dan niks over politiek? Straks moeten we stemmen en dan weten we niet eens op welke partij.
Tja, wat is wijsheid? Ik was ad rem genoeg om te antwoorden dat, als ik ook nog politiek moest behandelen, ik een lesuur méér wilde, op het rooster. That shut them up, zo te zeggen, maar een fatsoenlijk antwoord is het natuurlijk niet.
Meer gezeur over politiek dan maar?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten