zaterdag 16 april 2011

19. Harder duwen, dan gaat ie er wel in

Er is een film van Fellini over een orkestrepetitie onder lastige, om niet te zeggen onwerkbare, omstandigheden: de repetitieruimte zit in een gebouw dat wordt afgebroken. De afbraak gaat door, de repetitie ook. Het geluid van de sloop komt dichterbij, maar de dirigent houdt vol. Het orkest vervalt geleidelijk tot anarchie, één van de musici gaat zelfs een vrouwelijke collega te lijf, onder de enorme vleugel.
Lesgeven aan de MTS in Tilburg leek een beetje op die orkestrepetitie, de afgelopen weken.
Tegenover onze school zijn ze begonnen met de nieuwbouw, maar een deel van de nieuwbouw moet aansluiten op de oudbouw (ons gebouw dus). Dus moet een deel van de oudbouw worden opengebroken om die aansluiting te kunnen maken. Voor de bouwvakkers is het geen probleem maar gewoon werk, maar voor ons werk is het een probleem. Wij geven les en dat is geen pretje.Zo moest de kiezel van ons dak. Daar wordt dan zo’n samengestelde slurf voor in stelling gebracht (aan elkaar gekoppelde plastic emmers zonder bodem) die uitmondt in een ijzeren container.
Kunt u zich voorstellen wat voor een kabaal dat maakt, als een kruiwagenlading kiezel twaalf meter valt in een ijzeren bak? Die bak stond recht onder het raam van mijn lokaal. De slurf liep op, pakweg, 40 cm van dat raam. Ik had het zo geregeld: achterin de klas zat een leerling die elke vijf minuten een bouwvakker (‘Marco’, wisten wij inmiddels van de luide conversatie op het dak) met een kruiwagen vol kiezels aan de dakrand zag verschijnen. Telkens als Marco zijn lading in de slurf mikte, stak die leerling zijn hand op. Ik hield dan abrupt mijn mond, midden in een zin. Na 30 tellen donderend geraas maakte ik mijn zin af.
Eventjes was dat leuk, vooral toen die jongen achterin de klas een vals signaal gaf en ik mijn mond hield midden in de zin en de klas vol spanning wachtte op het geraas en dat niet kwam: “Grapje meneer.”
Moet kunnen, maar ik raakte toch behoorlijk gestresst, net als de dirigent van Fellini.
‘Probe di ochestra’ eindigt ermee dat er een enorme sloopkogel door de zaalmuur beukt en de orkestleden in paniek wegvluchten. Zo ver is het niet gekomen, bij ons op de MTS. Bovendien gingen de lessen over Seks en relaties, dus ik kon rekenen op de aandacht van de leerlingen. Maar aan alle concentratie kwam echter een bulderend, hilarisch, ja ovationeel einde toen de klas, doodstil, een tekst zat te lezen over seks en neuken, terwijl Marco en zijn maat op het dak bezig waren de slurf opnieuw in stelling te brengen. Dwars door die geconcentreerde stilte klonk ineens van buitenaf:
“He, Marco, zit ie er nou in?”
“Nèè, ge moet un bietje harder duwen, dan gaat ie 'r wel in.”

Dat was in mei 1995. Juni 1996 trokken we in het nieuwe gebouw en was het ROC een feit.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten