woensdag 27 april 2011

20. Duizend bommen en granaten

Op maandag- en dinsdagavond komen de monteurs naar school: volwassen mannen met een volledige dagtaak die hun monteursdiploma willen halen omdat ze dan meer verdienen. Het vervelende is dat wat ze bij ons moeten leren (elektriciteitsleer) niet zoveel te maken heeft met wat ze alledag doen. Het werk dat ze opknappen leren ze in de praktijk, en daar leggen ze praktijkexamens over af met doeltreffende namen als: 'buis', 'kabel', ‘verdeelkasten', ‘metaalbewerken'.

Volgens de wet moeten de monteurs zich ook Maatschappelijk en Cultureel Kwalificeren - kortom, ze krijgen maatschappijleer. Het is niet het populairste vak, maar het is verplicht dus we maken er het beste van. Bij het nakijken van de schriftelijke opdrachten schrijft de wet voor dat ik let op Nederlandse taal en spelling. De grofste overtredingen streep ik dus aan.

De lessen verlopen vaak wat rommelig omdat de monteurs allerlei verhalen hebben over het echte leven, buiten, en af en toe luchten ze hun hart over het krentenwegen en de futiliteiten waar sommige leraren (ik dus) zich noodgedwongen mee bezig houden. De tegenstelling tussen het echte leven en de school is groot, soms.

De monteur. "Ja, het hangt er van af. Dan zit je met z' n tweeën tv te kijken en dan komt er een melding binnen. Balen! Nou, dan kijkt mijn maat naar mij: ga jij maar. Maar ik kijk naar hem: nee, ga jij maar. Ten slotte gaan we met z' n tweeën.

Hij kruipt er naar toe, ik blijf op afstand. Hij kijkt heel goed tot hij denkt dat hij weet wat het is, en dan kruipt hij terug. Hij zegt niks tegen me. Dan kruip ik er heen, ik kijk ook heel goed tot ik denk dat ik weet wat het is. Dan kruip ik terug, en zeg tegen hem wat ik denk. Als hij hetzelfde denkt zijn we er tamelijk zeker van dat het klopt, dat we weten wat het is.

Dan moet één van de twee er weer naar toe, voor de demontage. Maar ja, we zijn niet altijd met z'n tweeën. Dus dan kruip ik er alleen naar toe, scherfwerend pak aan, en sleep ik een touw achter me aan. Anderhalf uur ben je bezig met het blootleggen van zo'n ding. Nou, dan ligt ie bloot en dan maak je een foto en die bind je aan dat touw en die ander achter je, die trekt dat naar zich toe. Die geeft de foto aan de luitenant en die zoekt het op in zijn boekje en als hij dan weet wat het is, dan kun je aan het werk.

Dat duurt vaak ook wel twee uur, hoor. Maar soms kom je er niet achter wat het is of het lukt niet om hem te demonteren. Dan bind ik er driehonderd meter touw aan en kruip weg. Ik ga achter een bunker zitten op minstens vijftig meter afstand en begin te trekken en dan hoop je maar dat je 'boem' hoort, maar dat gebeurt niet altijd. Dan heb je hem een eindje weggetrokken en hij is nog niet ontploft - dat is niet leuk want dan moet je er weer heen.

Ik ben drie keer in Bosnië geweest, want dat betaalt goed hoor, je steekt dertigduizend gulden in je zak per trip. Maar nu kwamen die berichten over Eritrea, en ik keek eens om me heen en we waren nog maar met twee mineurs dus ik dacht, ikke niet. Want Eritrea, daar zit zulke linke troep in de grond, daar kun ie gewoon niks van zeggen. Daar pakken ze een bloempot en die doen ze vol kruit en dat stoppen ze in de grond, en daar mag jij dan aan gaan zitten pulken. Nou, mooi niet.

Dus ik ben naar de Firma Van Hees gestapt en heb gezegd dat wilde ik verdienen - dat vond ie goed. En de opleiding wordt betaald. Ook goed. Dus daarom zit ik nu hier en niet in Eritrea."



Deze wat verbeten monoloog werd uitgelokt doordat ik had zitten doorzagen over dat hij "ik vindt" had geschreven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten